Akkervogelbeheer

 

Een relatief groot deel van het werkgebied van Collectief Midden Groningen beslaat akkervogelbeheer. De gehele noordkust wordt door de provincie aangemerkt als geschikt akkervogelgebied. Daarnaast zijn ook de gebieden Zuurdijk, Ten Boer en Slochteren hiervoor aangemerkt. Maatregelen ten behoeve van akkervogels bestaan uit zomer- en wintermaatregelen: het bevorderen van broed- en foerageermogelijkheden voor vogels. Naast vogels, worden ook muizen aangetrokken door het beheer. Zij zijn op hun beurt weer prooidieren voor onder andere de grauwe kiekendief en de velduil.

Maatregelen voor broedende akkervogels

Beheermaatregelen gericht op broedende akkervogels zorgen voor voedsel en rust. Stroken of (gedeelten van) percelen worden ingezaaid met een mengsel wat bestaat uit een mengsel van grassen, granen en kruiden. Deze stroken worden gefaseerd gemaaid buiten het broedseizoen. Hierdoor ontstaan verschillende dichtheden van de vegetatie wat aantrekkelijk is voor de vogels. Het biedt niet alleen een geschikt broedbiotoop voor de akkerzangers zoals de velleeuweriken en graspiepers, maar ook een geschikt foerageergebied voor bijvoorbeeld patrijzen en de grauwe kiekendief. Maatregelen die zullen worden ingezet zijn:

Kruidenrijke akkerranden: een mengsel van granen, grassen en kruiden, wat gefaseerd gemaaid wordt. De beheereenheid wordt in het 3e of 4e jaar ondergewerkt en opnieuw ingezaaid om de openheid en effectiviteit te behouden. Dit pakket wordt veelal in stroken langs gangbare akkerbouw gewassen ingezet.

Vogelakker: een pakket wat op perceelsniveau wordt ingezaaid met een mengsel van granen, grassen en kruiden, en eiwithoudende gewassen (luzerne). De luzerne en het mengsel van granen, grassen en kruiden worden in stroken naast elkaar geteeld. Luzerne blijkt als gewas een succesvol broedbiotoop voor akkervogels. Deze maatregel combineert de kruidenrijke akkerranden met de luzerne. Op deze wijze biedt de vogelakker het hele jaar door beschutting, en zijn er volop broedmogelijkheden.

Maatregelen voor overwinteraars

De beschikbaarheid van niet geoogste zaden is van belang voor de voedselvoorziening voor overwinterende akkervogels. Maatregelen voor overwinterende akkervogels bestaat uit het niet oogsten van graanveldjes, bestaande uit een mengsel van tarwe en overige kruiden. Op deze wijze is er voldoende voedsel beschikbaar en biedt het veldje ook schuilmogelijkheid.

Bovenstaande maatregelen zullen zo optimaal mogelijk worden ingezet. Rekening houdend met de landschappelijke configuratie, de verhouding tussen zomer- en wintermaatregelen (streven is een verhouding van resp. 80/20%), en vanzelfsprekend de populatiedichtheden van de doelsoorten.